Het spookhuis van je gedachten

Het spookhuis van je gedachten

In gedachten… Hoe vaak ben je daar? Of we zijn bewust en functioneel bezig met ons brein of we zijn we ‘in gedachten’. Waar we dan precies zijn, weten we niet. Ergens in gedachten. Als dat prettige gedachten zijn hebben we daar niet zo’n last van, een beetje dagdromen en fantaseren is prima. Ongewenste gedachten zijn wel heel vervelend. Als we ons brein niet actief en bewust gebruiken, kunnen we het niet uitzetten of pauzeren. Gedachten blijven komen en gaan. Niemand weet waar ze vandaan komen. Ineens zijn ze er. Gedachten over dingen die zouden kunnen gebeuren, maar waarvan we juist niet willen dat ze gebeuren. Doemscenario’s. Gedachten over dingen die mensen zouden kunnen zeggen, vinden of doen als… Dat deel van je gedachten zou je ‘het spookhuis’ kunnen noemen. En, als je er eenmaal in bent, dan kom je er niet zo gemakkelijk weer uit.

Ongewenste gedachten. Ineens zijn ze er. Veelal veroorzaakt door iets dat verandert, dreigt te veranderen of zou kunnen veranderen. Een onverwacht pijntje dat niet weggaat, veranderende wensen van opgroeiende kinderen, nieuwe collega’s of -buiten onze invloedssfeer- de broeihaarden in de wereld, de klimaatsverandering, de stijging van de zorgkosten, het mogelijke effect van AI op jouw baan of wat je ook maar raakt. Verandering is dan wel de enige constante, het brengt voor veel mensen ook onzekerheid en stress met zich mee. Aangezien het tempo waarin veranderingen optreden vrij aardig de Wet van Moore lijkt te volgen, waarbij ook het aantal veranderingen zich iedere twee jaar verdubbelt, is het niet vreemd dat de hoeveelheid stress evenredig toeneemt. Waar je jezelf nog kent als optimistisch en gemakkelijk omgaand met de uitdagingen van het leven, gaat dat ineens toch minder gemakkelijk.

Ons brein, of beter gesteld, ons mentale brein gebruiken we primair om structuur aan te brengen in de wereld om ons heen. Al op jonge leeftijd leren we onderscheid te maken tussen alle objecten om ons heen en ze allemaal een naam te geven. Door de combinatie met de gevoelsbeleving die we bij al die objecten hebben, krijgt de wereld om ons heen betekenis. Rudimentair verdelen we de wereld in aangename en onaangename dingen. Vervolgens zijn we erop gericht om meer te krijgen van wat we prettig vinden en te vermijden van wat we onprettig vinden. Als we dan toch geconfronteerd worden met wat we onprettig vinden, ontstaat een stressreactie.

Onzekerheid is bijvoorbeeld iets dat we vermijden. De primaire functie van dingen betekenis geven – ze een plekje geven – wordt ernstig gefrustreerd als iets wel op ons afkomt, maar we weten niet wat het is en we weten niet hoe te reageren. Ons instinctieve systeem neemt over: als het niet betrouwbaar is, is het per definitie bedreigend: stress. Hoe avontuurlijk de homo sapiens ook van nature is, is voorspelbaarheid van de omgeving wel datgene waardoor de soort nog steeds bestaat. Iets dat we geen betekenis kunnen geven, levert een gevoel van onzekerheid en verwarring op. En dat gevoel willen we liever niet, dus ontstaat een stressreactie. Aangezien we geen logica, samenhang of causaliteit kunnen aanbrengen in iets waarvan we niet weten wat het is, maakt het brein overuren zonder bruikbaar resultaat. Met als gevolg dat het gevoel van onzekerheid groter wordt. Kortom, we zijn gevangen in het spookhuis.

Niet willen dat de gedachten er zijn, helpt niet. Zo kom je juist dieper in het spookhuis. Bewust even jezelf op andere gedachten brengen helpt slechts voor de tijd dat je dat bewust kunt. Voor de meeste mensen is dit hooguit een paar minuten. Je kunt problemen niet oplossen op het niveau waarop ze zijn ontstaan (zei Einstein dat ook al?) en een vergelijking met meerdere onbekenden geeft een oneindig aantal mogelijke oplossingen.

De crux is dat we niet op tijd in de gaten hebben dat we een negatief gevoel hebben. En negatieve gevoelens hebben we liever niet. Het gevoel vraagt het mentale brein om een oplossing. Maar die is er niet. Het gevoel verandert daardoor niet en zal het brein blijven aansporen een oplossing te bedenken. Het echte probleem is dus niet het gevoel van onzekerheid zelf, maar is veeleer dat we dat gevoel niet willen. Ongewenste gedachten kun je echter niet bestrijden met andere gedachten, ongewenste gedachten veranderen zodra het gevoel verandert. Te beginnen bij acceptatie van dat wat is. ‘Confusion is a state, get used to it…’ Effectief kunnen omgaan met negatieve emoties is de uitgang van het spookhuis.